In een tijd waarin identiteit tot heilige graal is verheven, lijken we ons
steeds meer vast te klampen aan labels. Alles moet in een hokje passen:
christen, moslim, jood, hindoe. Zeker dat laatste label oogt overzichtelijk totdat
je ontdekt dat het een misleidende simplificatie is. Het begrip ‘hindoe’ zegt
namelijk meer over de geschiedenis van buitenlandse schrijvers dan over de
spirituele tradities waar het naar verwijst.
Het oudste spoor van het woord *Hindu* vinden we niet in India zelf, maar bij
de Achaemenidische Perzen uit de 6e eeuw v.Chr. Voor hen betekende *Hindu*
niets anders dan “mensen aan de overkant van de rivier de Sindhu (Indus).” Geen
religie, geen filosofie, geen cultuur. gewoon geografie. In Griekse bronnen
duiken vergelijkbare termen op, zoals *Indos*. Tot zover het etiket, inhoudsloos
en puur beschrijvend.
De werkelijke verschuiving begint ruim een millennium later, wanneer
islamitische rijken het Indiase subcontinent betreden. Arabische en Perzische
kroniekschrijvers onder wie Al-Biruni, één van de scherpste waarnemers van zijn
tijd gebruikten *Hindu* niet langer geografisch, maar sociaal-religieus. Voor
hen was een *Hindu* eenvoudigweg iemand die geen moslim was. Zij maakten geen
onderscheid tussen de enorme diversiteit aan Indiase tradities: Vedisch,
Tantrisch, Shaiva, Shakta, Vaishnava, filosofische scholen als Samkhya en
Nyaya, of religies als jainisme en lokale culten. Alles werd samengevouwen
onder één term, vooral bedoeld om bestuurlijke en culturele grenzen te
markeren.
Maar het is pas met de Britse koloniale overheersing, vanaf de 18e eeuw, dat
*Hindoeïsme* als éénduidige religie werd geconstrueerd. De Britten hadden
behoefte aan overzicht: één ‘heilige tekst’, één ‘wet’ (de *Hindu Law*), één
‘religieuze gemeenschap’. In werkelijkheid bestond zo’n eenheid nooit. Veel
tradities waren lokaal, fluïde, filosofisch en soms zelfs onderling
tegengesteld. De koloniale staat maakte er een systeem van dat paste bij hun
bestuursmodellen. Daarmee werd wat ooit een brede beschaving was, omgesmolten
tot een religieuze categorie die herkenbaar moest zijn voor het Westen.
Daarachter schuilt echter een veel oudere en rijkere erfenis: **Sanātan
Dharma**, letterlijk “de eeuwige weg” of “de eeuwige orde”. Sanātan is geen
religieus icoon, maar een filosofische kern die al zichtbaar is in de vroege
Vedische literatuur, zich ontwikkelt in de Upanishads, verder verfijnd wordt in
de klassieke darshana-scholen, en weer nieuwe vormen vindt in bhakti-, yoga- en
tantratradities. Sanātan Dharma is geen gesloten systeem; het is een levende
traditie die zich duizenden jaren lang heeft aangepast, uitgebreid en
getransformeerd zonder ooit een centraal dogma te claimen.
Toch gebruiken we wereldwijd nog steeds het moderne etiket ‘Hindoeïsme’. En dat
heeft gevolgen. Buiten India wekt het woord de indruk van een eenduidige
religie, vergelijkbaar met de monotheïstische tradities van het Westen. Maar
dat doet onherstelbaar tekort aan de intellectuele en spirituele diversiteit
die juist zo kenmerkend is voor de Indiase traditie. Het is alsof je taoïsme,
confucianisme en zen in één doosje stopt en het geheel “Chinese religie” noemt.
Psychologisch werkt de terminologie ook door. ‘Hindoe’ klinkt exclusief,
cultureel en afgebakend. ‘Sanātan’ klinkt universeel, filosofisch en tijdloos. Het
ene label schept een grens tussen binnen en buiten; het andere benadrukt
waarden die iedereen kan herkennen: waarheid, compassie, discipline,
bewustzijn, respect voor natuur en menselijkheid. Het is belangrijk om te
benadrukken dat de hedendaagse hindoe-identiteit reëel is, legitiem en voor
miljoenen mensen betekenisvol. Maar het is wel een moderne constructie die niet
één-op-één correspondeert met de duizenden jaren oude filosofische traditie
waaruit zij is ontstaan. Wie die traditie echt wil begrijpen, moet voorbij het
label kijken.
Want soms is één woord, één etiket, één historische verschuiving voldoende om
een hele beschaving te verduisteren. En soms is het vervangen van dat woord
precies wat nodig is om haar weer helder te zien. In dit geval is dat woord: ‘Sanātan’.
Geschreven door: SatYa
Naam auteur bekend bij de redactie.