Wie voor het eerst een hindoetempel bezoekt, ziet vaak
verschillende goddelijke vormen. Dat kan de indruk wekken dat iedere murti een
afzonderlijke, concurrerende god vertegenwoordigt. Voor veel hindoes ligt dit
genuanceerder. Het ene goddelijke kan zich in vele namen en vormen openbaren.
Welke vorm centraal staat, hangt af van familietraditie, regio, spirituele
stroming en persoonlijke verbondenheid.
Brahma, Vishnu en Shiva worden soms samen Trimurti genoemd.
Zij worden dan verbonden met drie kosmische functies: schepping, instandhouding
en transformatie. Brahma staat voor schepping en wordt meestal afgebeeld met
vier gezichten, die de vier windrichtingen en de vier Veda's kunnen
symboliseren. Hoewel hij een belangrijke plaats in verhalen en filosofische
voorstellingen heeft, bestaan er relatief weinig tempels waarin Brahma de
voornaamste godheid is. De bekende Brahmatempel in Pushkar vormt een uitzondering.
Vishnu wordt vereerd als beschermer van de kosmische orde.
Wanneer dharma ernstig wordt bedreigd, verschijnt hij volgens de traditie in
een avatara, een aardse verschijningsvorm. Rama en Krishna behoren tot zijn
bekendste avatara's. Rama geldt als voorbeeld van plichtsbesef, waardigheid en
rechtvaardig leiderschap. Zijn levensverhaal staat centraal in de Ramayana.
Krishna verschijnt in uiteenlopende rollen: speels kind, geliefde van Radha,
wijze raadgever en leraar van de Bhagavad Gita. Zijn boodschap over handelen
zonder gehechtheid aan het resultaat blijft voor veel mensen actueel.
Lakshmi is de godin van voorspoed, schoonheid en welzijn en
wordt vaak als de goddelijke metgezel van Vishnu vereerd. Haar betekenis gaat
verder dan geld alleen. Ware voorspoed omvat ook gezondheid, harmonie, goede
relaties en een vrijgevige houding. Tijdens Divali nodigen gezinnen Lakshmi
symbolisch uit in een schoon, verlicht huis. Het licht drukt de wens uit dat
helderheid en goedheid het leven binnentreden.
Shiva is een van de meest veelzijdige goddelijke vormen. Hij
is asceet en huisvader, vernietiger en vernieuwer, stilte en kosmische dans. De
Shiva linga verwijst niet simpelweg naar een menselijk lichaam, maar naar de
vormloze, scheppende aanwezigheid van Shiva. Als Nataraja danst hij de
voortdurende beweging van ontstaan, bestaan en verdwijnen. Zijn attributen,
zoals de drietand, de maansikkel en de Ganga in zijn haar, dragen elk een
symbolische betekenis.
Deze goden zijn geen figuren uit een afgesloten verleden.
Hun verhalen helpen gelovigen na te denken over verantwoordelijkheid, liefde,
moed en verandering. In deel drie ontmoeten we onder anderen Devi, Ganesha,
Hanuman, Sarasvati en Surya.
Bij verering speelt de gekozen goddelijke vorm, de ishta
devata, vaak een persoonlijke rol. Een gezin kan Rama centraal stellen en
tegelijk respect tonen voor Shiva of Devi. In een puja wordt de godheid
gastvrij ontvangen met licht, water, geur, bloemen en voedsel. De murti geldt
daarbij niet als zomaar een stenen of metalen object. Na rituele inwijding
wordt zij benaderd als een plaats van aanwezigheid en ontmoeting. Zo verbinden
verhalen en filosofie zich met aandachtige dagelijkse handelingen.
HLM Redactie
Hindoeïsme in tien delen: Tien artikelen over geloof, verhalen, rituelen en beleving
Deze reeks is eerder in HLM hardcopy verschenen (door Soeniel Sewnarain - Socioloog) en is lichtelijk herschreven naar de actualiteit van nu. Het biedt een toegankelijke kennismaking met het Hindoeïsme. Ieder artikel behandelt een eigen onderwerp en laat tegelijk zien dat er binnen de traditie meerdere stromingen, regionale gebruiken en manieren van geloven bestaan. De serie maar ook de artikelen kunnen samen of afzonderlijk worden gelezen.