Wanneer we praten over de geschiedenis van de Indiase
diaspora, denken veel mensen direct aan Bollywood, kruiden, tempels en
kleurrijke tradities die over de wereld verspreid zijn geraakt. Maar achter die
wereldwijde verspreiding schuilt ook een pijnlijke geschiedenis. Een
geschiedenis van afscheid, uitbuiting, overleving én veerkracht. De
geschiedenis van de Girmitiya’s.
Voor veel Hindostaanse families in Suriname, Nederland,
Fiji, Mauritius, Guyana en Trinidad & Tobago begint hun familieverhaal
hier.
Wat betekent “Girmitiya”?
Het woord “Girmitiya” komt van het Engelse woord agreement.
Indiase arbeiders die in de 19e eeuw een arbeidscontract moesten tekenen,
spraken dit uit als “girmit”. De mensen die onder deze contracten vertrokken,
werden daarom Girmitiya’s genoemd.
Na de afschaffing van de slavernij ontstond er in veel
koloniale gebieden een groot tekort aan arbeidskrachten op plantages. De
koloniale machthebbers wilden hun plantage economie draaiende houden en gingen
daarom op zoek naar goedkope arbeidskrachten.
Hier begint ook de rol van Nederland.
Suriname na de afschaffing van de slavernij
In 1863 schafte Nederland officieel de slavernij af in
Suriname. Maar vrijheid kwam niet meteen echt. Tot 1873 moesten voormalige tot
slaaf gemaakten nog tien jaar onder zogenoemd “Staatstoezicht” werken op de
plantages. Veel mensen beschouwen dit als een verlengstuk van slavernij.Toen deze periode eindigde, verlieten veel Afro-Surinamers
bewust de plantages. Zij wilden eindelijk hun eigen leven opbouwen, weg van de
plekken waar generaties lang onder dwang was gewerkt.
Voor de Nederlandse koloniale overheid en plantage eigenaren
ontstond hierdoor een groot probleem want wie moest het zware werk nu doen
De suiker-, cacao- en koffie industrie leverden veel geld
op voor Nederland. De plantages mochten volgens de koloniale machthebbers niet
stilvallen. Daarom werd gezocht naar nieuwe arbeiders buiten Suriname.
De samenwerking tussen Nederland en de Britten
Omdat India destijds onder Brits koloniaal bestuur stond,
sloot Nederland afspraken met de Britten om arbeiders uit India naar Suriname
te halen.Officieel werd het systeem gepresenteerd als “vrijwillige
contractarbeid”. In werkelijkheid zat daar vaak een harde en misleidende kant
aan.
Wervers, ook wel arkatiya’s genoemd, trokken door arme
dorpen in India om mensen te overtuigen mee te gaan. Zij beloofden goede
salarissen, vruchtbare grond, luxe leefomstandigheden en een betere toekomst. Veel mensen hadden nauwelijks onderwijs genoten en konden
niet lezen wat er precies in de contracten stond. Sommigen dachten dat ze dichterbij India zouden blijven. Anderen
hadden geen idee waar Suriname lag. En velen konden zich simpelweg geen
voorstelling maken van de enorme reis die hen te wachten stond.
Waarom zoveel mensen vertrokken
Om echt te begrijpen waarom duizenden mensen hun land
verlieten, moeten we kijken naar de situatie in India in die tijd.
Noord-India werd geteisterd door:
- extreme
armoede;
- hongersnoden;
- schulden;
- koloniale
belastingen;
- sociale
ongelijkheid;
- kastendiscriminatie.
Voor sommige mensen voelde vertrekken als hun enige kans op
overleven.Daarnaast speelden ook persoonlijke omstandigheden mee.
Weduwen, verstoten vrouwen, mensen zonder familie of mensen die wilden
ontsnappen aan sociale druk, zagen soms een nieuwe toekomst in het onbekende. Maar wat hen vaak niet werd verteld, was hoe zwaar het
leven op de plantages werkelijk zou zijn.
De oversteek van de kala pani
Vanuit havens zoals Calcutta begonnen de reizen naar
Suriname. De schepen deden er vaak maanden over.
De oceaanoversteek stond bekend als de kala pani, het
zwarte water. Voor veel hindoes had deze reis een diepe spirituele
betekenis. Het oversteken van de oceaan werd door sommigen gezien als het
verbreken van religieuze en sociale banden met India. Mensen lieten niet alleen
hun land achter, maar soms ook hun identiteit, familiebanden en plaats binnen
de samenleving.
De omstandigheden aan boord waren zwaar:
- overvolle
slaapplaatsen;
- ziektes;
- voedseltekorten;
- sterfgevallen
tijdens de reis;
- heimwee
en angst.
En toch ontstond er ook verbondenheid. Mensen van verschillende dorpen, talen en achtergronden
leerden elkaar kennen tijdens die maanden op zee. Daar ontstonden vaak de
eerste nieuwe gemeenschappen van wat later de Hindostaanse diaspora zou worden.
Aankomst in Suriname: de harde werkelijkheid
Op 5 juni 1873 arriveerde het schip Lalla Rookh in
Suriname met de eerste Indiase contractarbeiders.
Wat velen aantroffen, was heel anders dan beloofd.
De werkdagen waren lang en zwaar. Er golden strenge regels
en er stonden straffen op ongehoorzaamheid of het niet halen van
productiedoelen. Hoewel de contractarbeiders officieel geen slaven waren,
hadden zij in de praktijk vaak weinig vrijheid.
Ze leefden onder toezicht van een koloniaal systeem waarin
Nederland de controle had over wetgeving, plantages en arbeidsstructuren.
Veel Girmitiya’s voelden zich gevangen tussen twee
werelden: niet meer thuis in India, maar ook geen volwaardige burgers in Suriname.
Verdeeldheid en verbinding
Interessant is dat de komst van de contractarbeiders ook
zorgde voor nieuwe sociale verhoudingen in Suriname.
De Nederlandse koloniale overheid hield verschillende
bevolkingsgroepen vaak bewust gescheiden. Verdeeldheid maakte het makkelijker
om controle te houden over de kolonie.
Toch ontstonden er door de jaren heen ook verbindingen
tussen gemeenschappen. Suriname groeide uit tot een samenleving waarin
culturen, talen en religies naast elkaar gingen bestaan, soms gespannen, maar
vaak ook verweven.
Juist daardoor is Suriname vandaag zo cultureel rijk.
Het behoud van cultuur als vorm van verzet
Misschien wel het meest bijzondere aan de Girmitiya’s is
dat zij ondanks alles hun cultuur wisten te behouden.Religieuze rituelen, Ramayan verhalen, liederen, recepten
en talen werden generatie op generatie doorgegeven.
Cultuur werd een vorm van kracht.
Een manier om menselijkheid te behouden in een systeem dat vooral arbeid zag.
Zo ontstonden:
- baithak
gana;
- Sarnami
Hindustani;
- gezamenlijke
pooja’s;
- familieculturen
rondom eten en tradities.
De geschiedenis van de Girmitiya’s leeft vandaag nog voort
in iedere roti die wordt gemaakt, iedere dholak die klinkt en iedere familie
die haar verhalen blijft doorgeven.
Een geschiedenis die verteld moet blijven
worden
De geschiedenis van de Girmitiya’s is niet alleen een
verhaal over migratie. Het is ook een verhaal over kolonialisme, macht en
overleven.
Het laat zien hoe Nederland, Groot-Brittannië en koloniale
economieën invloed hadden op miljoenen levens. Maar boven alles is het een verhaal van menselijke
veerkracht.
Want ondanks verlies, heimwee en uitbuiting bouwden de
Girmitiya’s nieuwe gemeenschappen op. Zij legden de basis voor generaties die
vandaag wereldwijd bijdragen aan cultuur, ondernemerschap, politiek, kunst en
samenleving.
Misschien is dat hun grootste nalatenschap: dat zelfs wanneer mensen alles verliezen, zij nog steeds iets nieuws kunnen
opbouwen zonder hun roots volledig los te laten.
Door : Nitasha Ghoerbien